pekuh Eikenboom

 

Mijn Eik.
Tussen wortels en stam.
Beklijft met wijsheid.
Daar, waar de stilte tastbaar wordt
snijdt mijn schreeuw door wind en woud.
Wanneer verloren tijden
het gezicht van de weidse zee omarmen
en waar het zingen van de wind
het enige is
wat het ochtendgloren doet ontwaken.
Daar brandt mijn hart
en ben ik verloren in andere werelden.
In toen en nu en wat zal zijn.
Versteend wiegend
tussen de wortels van mijn eik
terwijl mijn schreeuw
fluisterend beantwoord wordt
als langzaam het besef mij bereikt
dat de oude waarheden nooit verloren
doch immer aanwezig waren
en groeit mijn waarheid
dat deze wijze eik,
eeuwig rustend in het woud,
voor altijd mijn brandend hart
gevangen houdt.

 

 

Toen de zon opkwam boven de vallei van mist en groen, richtte hij zijn eerste stralen op een kleine jongen die gevangen zat tussen de wortels van een oude eik. Diep verborgen in een oud woud op het eiland Avalon. Deze jongen bezat een licht dat geen mens op aarde ooit had gekend. Tussen de wortels van deze eik groeide de kleine jongen op tot een jonge man. Gedurende deze jaren werd hij zich ervan bewust dat zijn leven zich afspeelde door de ogen van een meisje dat ver voorbij de droevige oceaan leefde in het land van ongeloof. Dit meisje droeg de naam Pekuh. Zij leefde in een land waar niets werd aangenomen als waarheid als het niet door de mensen met eigen ogen werd gezien.

Pekuh was verdwaald in haar gedachtewereld omdat haar hele wereld bestond uit de inspiratie van haar hart. Niets van wat zij geloofde en ervaarde in haar wereld werd als waarheid gezien en zo ervaren door de mensen in haar land. Dat zij in haar eigen magische wereld leefde kwam doordat haar ogen tevens de ogen van de jonge man waren die gevangen en verborgen zat tussen de wortels van de oude eik ver van haar vandaan. Deze waarheid was echter nog te vroeg om in haar gedachtewereld naar de oppervlakte te mogen komen.

In het land van ongeloof had Pekuh een vriendin. Zij zag hoe Pekuh met de jaren haar vertrouwen en geloof aan haar waarheid van de magische wereld van haar hart steeds meer in twijfel trok en de magie hiervan kwijtraakte. In haar ogen was Pekuh een boom, sterk als de diepe wortels, wijds als de takken en wijs als een oude eik. Ze droeg een wijsheid met zich mee alsof ze duizenden jaren oud was. Daarom werd ze door haar vriendin Pekuh Eikenboom genoemd. Wanneer Pekuh in een spiegel keek, zag ze zichzelf als de eikenboom die ze van binnen was. Elke keer als ze diep in zichzelf keek, voelde ze de wijze oude eik.

Vele jaren gingen voorbij. De twijfel aan haar waarheid deed haar uiteindelijk vergeten wie ze was en waarom ze zo anders dacht dan de mensen om haar heen.

Op een dag liep ze naar het strand en keek naar de branding. Ze zag hoe de golven heen en weer bewogen in het eeuwige ritme van de droevige oceaan. Plots werd ze in haar gedachten gewekt door een stem in haar hoofd. Het was een stille schreeuw van een man die voorzichtig in haar gedachten haar een verhaal begon te vertellen. Zelf geloofde ze al lang niet meer in haar gedachten die hun oorsprong ooit hadden gevonden in haar hart maar toen begonnen de verhalen. De verhalen die ze hoorde waren de verhalen die ze van lang geleden herkende. Deze verhalen, die in haar hoofd tot leven kwamen, wekten haar eigen herinneringen op van een tijd die ze ooit had gekend toen ze nog in de wereld van haar hart geloofde. Na een paar maanden te hebben geluisterd naar de verhalenverteller in haar hoofd stond ze op een dag opnieuw op het strand van de droevige oceaan in het land van ongeloof en luisterde naar de kolkende golven terwijl het tij opkwam. De verteller had met zijn verhalen een herinnering ontwaakt van een visioen dat leefde in haar hart en hoofd waar ze zich nog niet bewust van was. Toen de zon aan de horizon opkwam, keek ze in de ogen van de zon en het visioen van de verhalenverteller in haar rees, net als de zon, naar de oppervlakte.

Hij sprak; “Waar jouw verhaal eindigt, waar twee één worden en onze waarheid werkelijkheid zal worden, vind je mij aan het begin van de nieuwe wereld. Kom me alsjeblieft zoeken. Bevrijd me uit mijn gevangenis. Ik ben verborgen in jouw ogen. Ik moet de wijde wereld in met onze waarheid en deze wereld weer terugbrengen zoals die ooit was, zoals die bedoeld was te zijn, de wereld die we allebei zo goed kennen. Maak de lichtvonk in je hart wakker en geloof de waarheid van de oude eik waar je altijd naar op zoek was. Blijf niet de steen waar je na al die jaren in bent veranderd. Ik zal je helpen om de steen weg te rollen van je gevangen hart. Laten we samenkomen zodat we ons verhaal kunnen ontdekken en magie, waarheid en al dat leeft kunnen verenigen in eenheid. “

Pekuh kon niet ophouden te luisteren naar de verhalen die deze stem haar vertelde. Haar gedachten vertelden haar haar levensverhaal, haar waarheid die in de tijd verloren was gegaan. Dit was de weg die ze te gaan had. Ze werd geroepen. Dit was wat ze moest doen. Ze moest luisteren. Het was de opdracht van haar ziel.

Na vele jaren voelde ze weer onvoorwaardelijke liefde en een krachtig licht door haar aderen stromen. Ze voelde hoe verloren inspiratie en magische kracht als vuurballen van drakenadem in haar opstegen. Ze ging liggen, legde haar hoofd op het zand te rusten en keek naar de opkomende zon vanuit het oosten. Ze woonde al zolang in dit land van ongeloof dat haar eigen verhaal een vergeten herinnering was geworden en nu was ze ontwaakt door een man die ze nooit had gezien. Ze wist niet eens of deze man, deze verhalenverteller, echt bestond. Het enige wat ze voelde in haar hart was dat ze hem moest vinden. Ze wilde weten wie er in haar ogen verborgen zat, in haar gedachten leefde. Wie er samen met haar door haar ogen keek en de wereld zag en verwoorde die ze samen deelden.

Na een tijdje, toen de stem verstilde, liep ze naar huis, ging voor de spiegel staan en sprak de woorden; “Laat me alsjeblieft de man zien die in mijn ogen verborgen zit.” Langzaam veranderde het beeld van haarzelf in de oude eik die ze altijd had gezien wanneer ze in de spiegel keek, maar deze keer zag ze alleen de wortels van de boom. Daar, tussen twee dikke wortels die diep in de grond waren verankerd, zag ze een man die met gesloten ogen gevangen zat en vergroeid was met de wortels van de eik. Ze vroeg zich af waar ze deze boom kon vinden en stelde de vraag aan hem, aan de verhalenverteller in haar hoofd. "Ik zie je, maar ik weet niet waar ik je kan vinden." “Sluit je ogen Pekuh,” was zijn antwoord. Dat deed ze. Op datzelfde moment opende hij zijn ogen in de spiegel maar toen ze haar ogen weer opende, sloten zijn ogen. Ze waren op deze manier verbonden en op nog zoveel andere manieren maar daar was ze zich niet van bewust. Pekuh wenste vurig dat ze hem uit zijn gevangenis kon bevrijden. Hij opende opnieuw zijn ogen in de spiegel en sprak; “Steek de droevige oceaan over en ik zal je naar mij leiden”,. Dit was wat hij antwoordde en toen hij zijn ogen weer sloot, opende die van haar en kon de man weer door haar ogen kijken.

De wereld waarin ze had geleefd was in de loop van de jaren veranderd in een zwart-witte woestenij en had haar hart versteend. Na ontwaakt te zijn door de verhalenverteller kon ze niet meer leven in deze zwart-wit gespleten wereld. Ze wilde leven in een onverdeelde wereld van vredige rust en eenheid waar magie bestond en waar de kracht van verbeelding ook de realiteit was. Ze wilde leven in een wereld gekleurd door regenbogen vanuit onvoorwaardelijke liefde met een verenigd hart waar hij in de verhalen over gesproken had. Deze hartenwens was hun waarheid maar tevens ook hun gedeelde zielsopdracht.

Vol vertrouwen, de zwart-witte wereld van ongeloof waarin ze jarenlang had geleefd achter zich latend, liep ze terug naar het strand en zag een kleine boot. Ze stapte in en peddelde over de droevige oceaan. Toen ze moe en hongerig de oevers van een eiland bereikte waarheen ze geleid was, stapte ze uit de boot en sloot even haar ogen. Ze vertelde de man in haar gedachten dat ze was aangekomen. Hij verwelkomde haar met zijn ongekend licht. Ze deed haar ogen weer open en de stem van de man leidde haar verder richting de vallei van mist en groen. Diep in het woud in de vallei, op het eiland dat de naam Avalon droeg, zocht ze naar de oude eik. Daar vond ze de eik van haar hart en haar gedachten. Ze zag de boom en voelde de diepe en intense verwantschap met de eik die ze altijd al had meegedragen in haar hart. Hij stond hoog, vol kracht en fier tussen de andere bomen in een ring van licht. De eik sprak tot haar en verwelkomde haar in deze ring van licht. Onverschrokken liep ze naar de oude eik. En toen, tussen de wortels van de eikenboom, zag ze de man, haar verhalenverteller. Hij bewoog langzaam tussen de wortels en wachtte op zijn bevrijding. De oude eik keek naar Pekuh en met wederzijdse herkenning van een oude waarheid die leefde in haar ziel en in die van de eik zag de boom voor het eerst de man die tussen zijn wortels verborgen zat. De oude eik herkende in Pekuh zijn gelijke die voor hem stond en erkende hun gedeelde ziel. Dit was waar de eik op had gewacht en opende zijn wortels om de man te bevrijden uit zijn gevangenis. Pekuh sloeg haar armen om de oude eik om hem te bedanken en terwijl de eik zijn takken om haar heen boog opende de man zijn ogen, stond op uit zijn gevangenis en omhelsde de twee eiken die daar nu stonden. Hij zag met zijn bevrijde ogen dat Pekuh er niet meer was. Zij had haar ware liefde gevonden in de oude eik toen ze haar armen om de eik had geslagen. Ze had zijn wijsheid, zijn waarheid herkend als die van haarzelf. Op dat moment was ze zelf de eik geworden en omhelsde haar gedeelde ziel. Haar armen waren takken geworden, haar benen waren wortels geworden. Haar wereld was zijn wereld geworden. Ze was thuis.....

De verhalenverteller keek toe met een gebroken hart. Hij had verwacht dat Pekuh met hem mee zou gaan om samen hun droom, de nieuwe wereld op aarde te gaan vestigen, maar hij zag haar niet meer. Hij zag alleen nog de eikenboom waarin ze was veranderd en liep met vervlogen hoop en een gebroken hart weg…..

 

 

Midden in de vallei, in het woud van Avalon, stond een oeroude steen. Toen de verhalenverteller de steen zag, die omhuld was met een prachtige ring van licht, wist hij dat de nieuwe wereld waar Pekuh en hij samen van hadden gedroomd en met elkaar hadden gedeeld, nog bestond en in de steen zat opgesloten. In deze steen leefde hun waarheid voort. Een sprankje hoop verlichtte zijn hart. Met pril verdriet voor Pekuh en de verloren nieuwe wereld in het woud bij de oude eik wist hij wat hij moest doen om hun droom toch nog ooit waar te kunnen maken. Hij liep de ring van licht binnen en legde met onvoorwaardelijke liefde en overgave voor deze wereld zijn handen op de steen. Toen, net bevrijd uit de wortels van de eik, zijn jarenlange gevangenis, trok hij zich terug in de steen. De droom van een nieuwe wereld op aarde was een droom van twee maar om deze droom waar te kunnen laten worden zouden twee eerst één moeten worden en werd hij één met de steen. Het werd zijn nieuwe gevangenis.

In het woud waar de twee eiken elkaar omhelsden voelde Pekuh op datzelfde moment de steen, die haar hart had verzwaard, wegrollen. Op het moment dat de verhalenverteller de steen werd, veranderde zij weer in Pekuh. Haar takken werden weer armen, haar wortels werden weer benen en de wijsheid van de oude eik werd haar wijsheid. Ze keek om zich heen maar de verhalenverteller, die bevrijd was uit de gevangenis van de wortels van de eik, was nergens te bekennen. Jarenlang dwaalde ze door het woud en zocht naar hem. Ze bouwde met haar blote handen een kleine hut waarin ze verder leefde in de hoop hem ooit weer te vinden. Hun nog altijd gedeelde waarheid en visioen van een mooie en magische wereld van rust, vrede en eenheid werd uiteindelijk uit haar geheugen gewist en naarmate de tijd verstreek, vergat ze haar verleden en werd hun verhaal een legende.

Op een dag, eeuwen later, lang nadat Pekuh zich in de holte van de oude eik had teruggetrokken en daar was gestorven, liep een vrouw, volledig één met de aarde en de sterren, door het woud van Avalon. Er was haar verteld dat het een magisch woud met een legende was. Volgens deze legende woonde in een steen, in dit oude woud, Merlijn. Een man die de sterren en de aarde kon samenbrengen wanneer twee weer één zouden worden en zo volgens de legende een magische nieuwe wereld van eenheid en vredige rust voor al dat leeft geboren kon laten worden.

Ze was een vrouw met nieuwe hoop en dromen. Ze was door haar omgeving voor gek verklaard omdat ze in een andere werkelijkheid leefde. Alleen omdat ze geloofde in de roep van haar ziel, een visioen van een ontwaakte herinnering aan een wereld van magie, eenheid en vredige rust. Een fantasie voor haar omgeving maar de werkelijkheid voor haar. Deze nieuwe wereld ervaarde ze, ademde ze en leefde ze. Ze geloofde hierin. Ze had ondanks alle oordelen een rotsvast vertrouwen in het gouden hart van de mensheid dat volgens haar verbonden was met de sterren. Net als zij. Ook zij leefde, net als Pekuh ooit, in een land waar alleen dat bestond wat door de ogen van niet-gelovigen bewijsbaar was. Daarom was ze vertrokken. Ze wilde de legende vinden, de steen van Merlijn, om één met hem te worden en te zien of hun gedeelde droom werkelijkheid kon worden. Of het waar was of niet, of het zou lukken of niet, dat maakte haar niet uit. Ze wilde hem alleen laten weten dat het voor haar écht was. Dat er na vele eeuwen nog iemand op aarde leefde die in zijn droom en in hém geloofde. Deze legende en de kracht van magie leefde diep in haar ziel. Het was haar waarheid in gedachte en verbeelding. Ze luisterde naar de onvermijdbare roep van de stem in haar hoofd en hart maar hoewel het haar afgeraden werd hierop te vertrouwen, bleef ze op een magische manier luisteren naar deze inspiratie, zag ze beelden voor haar geestesoog en genoot ze in haar gedachtewereld van de verhalen. Deze geïnspireerde creaties verhulden een synchrone kosmische taal die ze kon lezen als de woorden van haar ziel en ze begreep ze met heel haar hart.

En toen, al lopende door het oude woud kwam ze aan op een open, door mist bedekte, plek omringd met bomen. De stralen van de zon trokken voor haar ogen de sluier van de mist, die de steen in het woud voor eeuwen had verhuld, weg en een felle ring van zonnestralen verlichtte de steen. Ze wist meteen dat ze gevonden had waar ze naar had gezocht. Ze had hém gevonden. Ze vroeg toestemming van de bomen in het woud om de ring van licht binnen te treden waarin de steen voor eeuwen verborgen was geweest. Terwijl ze de ring binnenstapte voelde ze de woorden van Merlijn in de steen tot leven komen in haar hart en echoden zijn woorden gelijktijdig door haar hoofd. Ze wist, door het krachtige licht dat uit de steen straalde, dat ze de plek van haar werkelijkheid, haar wereld van eenheid die in haar hart leefde, had gevonden. Ze ging bij de steen zitten en vertelde hem haar verhaal. Het verhaal van haar wereld. Haar wereld was hun gedeelde waarheid. Maar om hun waarheid, hun gedeelde droom waar te maken en de nieuwe wereld op aarde geboren te laten worden moest ze iets doen. Hij begon te fluisteren. Hij fluisterde zachtjes in haar gedachten dat om de betovering van de legende te verbreken twee weer één moesten worden. En toen, zonder enige twijfel en geleid door een onverklaarbare kracht in haar, legde ze met onvoorwaardelijke liefde en overgave haar handen op hem, op de steen en sloot ze hem voor eeuwig in haar hart. Dit was de roep van haar ziel, haar opdracht waarmee ze op aarde was gekomen en fluisterde hem zachtjes de woorden toe waar hij zolang op had gewacht. De woorden die hij zo graag wilde horen. De magische woorden die van hun wereld de werkelijkheid op aarde zouden gaan maken.…….

 

Daar, in de vallei van mist en groen, diep in het woud, op het magische eiland Avalon, waar magie, onvoorwaardelijke liefde en eenheid in vredige rust werkelijkheid zijn, werd hun droom waarheid en werden twee in dat moment één. Daar klinken haar magische woorden eeuwig door in het ruisen van de wind, in het kolken van het water, in het ritme van de dansende sterren,  

 

I  Believe…..

 

 

Merlijns graf, Bos van brocéliande, Bretagne